“Niemand heeft een idee hoe we dit oplossen”

Gepubliceerd op: 31 januari 2024

Nederland vergrijst. En dat heeft invloed op van alles en nog wat, op bijvoorbeeld de woningmarkt, het zorgstelsel, de economie, de arbeidsmarkt en het pensioenstelsel. In een reeks artikelen behandelen we deze onderwerpen aan de hand van interviews met een expert en met mensen die onderdeel uitmaken van de grijze golf. Deze keer hoofdeconoom Thijs Knaap van APG over de invloed van de grijze golf op onze economie en Peter Kentie (63), vertrekkend directeur van de Eindhovense citymarketingorganisatie Eindhoven365.

Op 1 januari 2023 telde Nederland volgens het CBS ruim 3,6 miljoen inwoners van 65 jaar en ouder. Dat is 20,2 procent van de bevolking. De vergrijzing van Nederland is fors opgelopen: in 1990 was nog ‘slechts’ 12,8 procent 65-plusser. “Hoe dat kan? Het is een combinatie van drie ontwikkelingen”, vertelt Knaap. De eerste oorzaak: het dalende geboortecijfer. “In 1973 lag het aantal kinderen per vrouw in Nederland nog op 2,1, het meest recente cijfer is 1,49. Dat is een recept voor bevolkingskrimp op termijn, en werkt dus vergrijzing in de hand.” Nederland is daarin overigens niet uniek, erkent Knaap. “In alle landen waar de welvaart toeneemt en de kindersterfte afneemt, zie je dit gebeuren.”

Aan de andere kant is er minder sterfte door onder meer betere medische zorg. Knaap: “De levensverwachting op 61-jarige leeftijd ging van 17,7 jaar in 1950 naar 23,5 jaar nu. Dus iemand die nu 61 is, wordt gemiddeld 84,5 jaar. De verwachting is dat dit deze eeuw nog boven de 30 jaar komt. Grof gerekend is de levensverwachting met meer dan 30 procent toegenomen sinds 1950.” De derde reden voor de stijgende grijze golf is de babyboomgeneratie (1945-1955), die nu tussen de 68 en 78 jaar oud is. “Dat is een relatief grote generatie, die inmiddels grotendeels met pensioen is”, aldus Knaap.

 

Schuivende factoren

De oplopende vergrijzing heeft effect op de economie. “De verhouding werkenden versus gepensioneerden verandert snel. In 1950 waren er 7 werkenden per gepensioneerde, nu iets minder dan 3, en uiteindelijk zijn dat er zo’n 2”, weet Knaap. Daar staat volgens hem wel een stijgende immigratie tegenover. “Hoeveel mensen hebben in 2040 een leeftijd tussen de 20 en 65 jaar? In 2014 dachten we aan 9,3 miljoen, door de oplopende immigratie is de verwachting nu 10,4 miljoen.” Een andere schuivende factor is de pensioenleeftijd. “De AOW-gerechtigde leeftijd was altijd 65 jaar (en lager in de praktijk, red.) maar is nu al bijna 67 jaar. Ik kom uit 1972, dus voor mij is het 68 jaar. En voor mijn dochter van 18 jaar wordt het 70 jaar. Die oplopende AOW-gerechtigde leeftijd verbetert de ratio werkenden en gepensioneerden aanzienlijk.”

 

Toch kan dit niet verhelpen dat de bevolkingssamenstelling verandert. Dat heeft flinke gevolgen, stelt Knaap. “Dit komt onder meer omdat ouderen niet meer werken – ofwel: niets produceren – maar wel consumeren. Dat betekent dat iemand anders voor hen moet produceren. Op zich niet gek, ik produceer mijn boodschappen ook niet zelf, maar op het niveau van de hele economie heeft dat wel invloed. We moeten meer uit het buitenland halen.” En dat is lastig, omdat de consumptie van ouderen vooral diensten betreft, en specifiek: meer vraag naar zorg. “Er zijn dus meer handen nodig, zeker ook aan het bed. Misschien kan technologie ons helpen om deze problemen te tackelen.”

Grof gerekend is de levensverwachting met meer dan 30 procent toegenomen sinds 1950

Meer pensioenen uitbetalen

De veranderende demografie heeft vanzelfsprekend ook gevolgen voor de pensioensector. “Neem alleen al de oplopende levensverwachting, dat is een punt van aandacht. Immers, als er verder niks verandert moeten we straks 30 procent meer pensioenen uitbetalen. Dat betekent nogal iets”, zegt Knaap.

Qua betaalbaarheid maakt het daarbij volgens hem erg uit of je die pensioenen financiert via omslag (de jongere generatie werkenden betaalt op dit moment voor de oudere generatie die een AOW-uitkering krijgt) of via kapitaaldekking (werknemers leggen zelf geld in voor hun pensioen, en krijgen dit na hun pensionering uitgekeerd). “In Nederland doen we beide en hebben we nog een derde pijler”, schotelt Knaap voor. “Naast de AOW die via de omslag wordt gefinancierd en de aanvullende pensioenen, die via kapitaaldekking worden opgebracht, zijn er de privéspaarpotjes. Hierbij is de omvang van het aanvullende pensioen zeer groot, meer dan twee keer het bruto binnenlands product (bbp). Wij zijn daarmee bijna Europees kampioen, we sparen heel veel. In Europa is dat gemiddeld minder dan 50 procent en in Duitsland, Italië en Frankrijk nog minder, slechts 10 tot 20 procent.” Maar maakt dat vele sparen ons minder kwetsbaar dan andere landen, die het pensioen vooral via de omslag financieren, in het tackelen van de vergrijzingsproblemen? Knaap: “Het helpt zeker. Maar het blijft zo dat onze consumptie ook ergens moet worden geproduceerd. Je kunt daarbij enigszins leunen op het buitenland, daar heeft Nederland de laatste jaren een tegoed opgebouwd door ons overschot op de lopende rekening. Elk jaar sparen wij 7,5 procent van ons nationaal inkomen, dat we vervolgens investeren in het buitenland. Dus als wij als APG Amerikaanse aandelen kopen en Aziatische obligaties, dan kunnen we dit uiteindelijk weer ruilen voor producten uit die landen om hier te consumeren.”

 

Niet alles is te importeren

Maar niet alles is te importeren, en ouderen gebruiken veel diensten (lees zorg). Dat moeten de werkenden toch leveren, denkt Knaap. “Kortom, de druk op de arbeidsmarkt zal hoe dan ook toenemen.”

 

Daarbij kan migratie iets helpen, en vooral jongeren die naar Nederland komen kunnen hun steentje bijdragen. Knaap: “Maar het kan ook andersom; oudere mensen kunnen verhuizen naar gebieden waar het mooi weer is en de zorg goedkoop. Maar de realiteit is dat migratie maar weinig uitmaakt op het totaal. We moeten dus iets anders verzinnen. Op dit moment heeft niemand echt een idee hoe we dit gaan oplossen. Daar zullen beleidsmakers van in de toekomst nog behoorlijk druk mee worden.”

(Op de foto's: Peter Kentie)

“Er bestaan geen banen, alleen mooie projecten”

Peter Kentie gaat in juni met vervroegd pensioen, na ruim 30 arbeidsjaren. In die tijd bouwde hij bij verschillende werkgevers pensioenpotjes op. Hoe kijkt hij tegen zijn pensionering aan? “Ik maak mij geen zorgen.”

 

Peters laatste project als directeur van Eindhoven365 stopt. In juni 2024 staat zijn pensioen voor de deur. Peter: “Na twaalfenhalf jaar een mooi moment om te stoppen. Maar ik ben natuurlijk ook benieuwd wat er daarna op me afkomt.” Voordat we vooruitkijken, blikken we eerst even terug. Rond de millenniumwisseling ging Peter aan de slag bij internetbedrijf ilse media. “Daarvoor werkte ik bij Philips. En toen ging ik ineens van een multinational naar een start-up met twaalf mensen, een studentikoze club ontstaan vanuit de Technische Universiteit Eindhoven. Dat was echt pionieren. Ik werd er verantwoordelijk voor de content en het merk. En niemand wilde technisch directeur zijn, dus dat werd ik ook. Al had ik daar te weinig verstand van,” lacht Peter. “Uiteindelijk werd ilse media verkocht aan VNU en later aan Sanoma. Tegen die tijd was ik er wel klaar mee. En toen kwam PSV. Daar zaten ze met de handen in het haar. Want ze wisten wel raad met lucratieve tv-rechten, maar van internet en mobiel hadden ze geen kaas gegeten. Van het een kwam het ander en uiteindelijk heb ik er tien jaar gewerkt.”

 

6 pensioenpotjes, 5 breuken

“Zo van bedrijf naar bedrijf – en dus van project naar project – vlinderen vind ik heel leuk,” vertelt Peter. Maar fladderen tussen bedrijven betekent ook zwerven van het ene naar het andere pensioenfonds. Peter: “Pensioenbreuk was wel iets waarvan ik mij toen bewust werd. Een eerdere werkgever bleek de laatste jaren geen pensioenpremie meer te hebben betaald. Dat baarde me zorgen. En al die losse pensioenen, moet je die aan elkaar knopen? Uiteindelijk investeerde ik in een lijfrentepolis. En ik leerde door tien jaar bij PSV dat je na lange tijd tenminste iets opbouwt. In mijn werkende jaren heb ik uiteindelijk zes pensioenpotjes en vijf breuken opgelopen. Ondersteuning door een expert kan ik iedereen aanraden. Hierdoor hebben mijn vrouw en ik een helder overzicht en geruste financiële toekomst, ondanks mijn voortijdige stoppen op 64-jarige leeftijd.”

 

Nooit meer naar kantoor

Het besluit dat Peter in juni 2024 officieel met pensioen gaat deelde hij met buikpijn mee aan zijn team. “Ik vond dat ontzettend spannend. Het is toch een beetje je familie. En deze baan bij Eindhoven365 is mijn langste project ooit. Met twaalfenhalf jaar pensioenopbouw bij ABP. Dat is prettig! Maar tegen sommige dingen zie ik wel op. Ik hoor van andere pensionado’s dat de eerste periode best zwaar is. Dat gaat door mijn hoofd, maar ik laat het op me afkomen. Sinds ik werk, leef ik voor het weekend.. Zijn straks alle dagen gelijk? Juni is wat dat betreft een goed moment om te stoppen. Dan ga je gevoelsmatig gewoon op vakantie. Alleen keer je niet meer terug op kantoor. De druk van het dagelijkse werkende leven is er dan af en ik heb eindelijk meer tijd voor mijn vrouw, die al even met pensioen is. Zij heeft mij de afgelopen jaren wel gemist.”

 

Geen zorgen

Samen met Peter gaan er de komende jaren nog veel meer mensen met pensioen. De vergrijzing loopt alsmaar op en daardoor verandert de verhouding van werkenden-gepensioneerden in rap tempo. Maakt Peter zich daar zorgen over? “Voor ondersteuning in de gezondheidszorg lijkt deze verhouding me op lange termijn zorgwekkend.” En hoe zit het met de financiën? “Ik maak me geen zorgen. Mijn lijfrentes komen vrij, net als de levensverzekering die aan onze hypotheek gekoppeld is. En ons huis is afbetaald. Dus dat komt goed.”

    • Naam: Peter Kentie

    • Leeftijd: 63

    • Woonplaats: Eindhoven

    • Burgerlijke staat: getrouwd, geen kinderen

    • Pensioendatum: 1 juni 2024

    • Werkgevers: Kentie Design, Kothuis, Codim, Philips Design, ilse media, PSV, Eindhoven365