Invloed APG

Overzicht van bedrijven waarmee we gesproken hebben naar onderwerp

ESG-onderwerp Bedrijven waarmee een dialoog is aangegaan
Klimaatverandering BASF, BP, BT, Deutsche Telekom, Drax, EDP, E.on, Gas Natural Fenosa, Iberdrola, National Grid, Posco, Rautaruukki, Renault, RWE, Shell, Sime Darby, SSAB, Telefonica, Telecom Italia, Vodafone
Corporate Governance Aeon Mall, Affymetrix, Ahold, Altarea, Amec, Apache, Arcelor Mittal, ASML, Baidu, Banco Bilbao Vizcaya Argentaria, Balfour Beatty, Barclays, Big Yellow Group, Binck Bank, BNP Parisbas, Bristol Myer Squibb, Britvic, Carrefour, Clariant, Corio, Danone, DE Masterblenders, Eon, Eurasian Natural Resource Company (ENRC) , Faurecia, Fonciere des Régions, Forest Laboratories, France Telecom, Glencore, Goldman Sachs, Heineken, Helical Bar, H&M, Hitachi, HSBC, Imtech, International Paper, Kas Bank, Kingfisher, KPN, Kyocera, LIXIL, Merck, Newscorp, Norilsk Nickel, Novartis, Olympus, Petrobras, Philips, Ping An, Posco, Post NL, PTT EP, Quantas, Rakuten, Randstad, Reckitt Benckiser, Reed Elsevier, Schneider Electric, Segro, Sinopec, Societe Generale, SSAB, Sun Hing Kai Property, Swiss Reinsurance, Syntega, Technip, Tepco, Toshiba, Total, Unilever, Vale, Van Lanschot, Vastned Retail, Vivendi, Wereldhave, Wolters Kluwer, Xstrata.
Milieu Management Aegon, Allianz RE, Anglo American, Arcelor Mittal, AvalonBay Communities, BAA, Bumitama Agri, Casino Guichard Perrachon, Colruyt, Delhaize, Derwent London, Goodman Group, Grainger, ICADE, Hammerson, Holcim, KanAM, Kerry Group, Land Securities, LaSalle, MahindraMahindra, Metcash, Metro, Norilsk Nickel, Norwegian Property (NPRO), Nutreco, Reckitt Benckiser, Sainsbury Group, Shiseido, Shell, Siemens, Suez Environment, Syntega, Tesco, Total, Unibail-Rodamco, Woolworths, Rio Tinto
Veiligheid en gezondheid Apple, BASF, BP, Carnival, Deutsche Bank, Iberdrola, Impala, Petrobras, Petrofac, SBM Offshore, Shell, SSAB, Total, Transocean
Mensenrechten Alcatel-Lucent, Anglo American, Barrick Gold, Daewoo International, Finmeccanica, General Electric, Goldcorp, GSFF, MTN Telecom, NettApp, Orascom telecom, Posco, RWE, Samsung, Shell, Sime Darby, TeliaSonera, Total, Vale, Vedanta
Arbeidsstandaarden Ahold, Amer Sports, Anglo Platinum, Apple, DE Masterblenders, Faurecia, Impala, Lonmin, MahindraMahindra, Philips, Renault, Samsung
Transparantie en verantwoording Aegon, Apache, Arcelor Mittal, Barclays, BP, Danone, DE Masterblenders, EDP, Glencore, HSBC, KKR, Orpea, Pirelli, Reed Elsevier, RWE, Shell, Standard Chartered, Syntega, Transocean, Vale

Voorbeelden van dialoog met ondernemingen

Corporate Governance

Xstrata en Glencore – APG stemde voor de fusie maar tegen het beloningspakket
In februari 2012 werd bekend dat de Britse grondstoffenhandelaar Glencore International het Zwitserse mijnbouwconcern Xstrata had benaderd voor een fusie. Na lange onderhandelingen en consultaties met toezichthouders wereldwijd stemden de aandeelhouders in november 2012 voor de fusie. APG stemde voor de fusie omdat wij van mening zijn dat beide bedrijven er op vooruit zullen gaan. Tegelijkertijd hadden wij een aantal reserveringen. Door de fusie zouden 71 managers in totaal een bedrag van £ 144 miljoen kunnen ontvangen. Wij hebben tegen de toekenning van die pakketten gestemd. Omdat bijna 80 procent van de aandeelhouders de bonus voor de 71 managers ook exorbitant vond, is de vergoeding niet uitgekeerd. Voorafgaand aan de aandeelhoudersvergadering en de fusie hebben ons S&G-team en onze portefeuille managers regelmatig contact gehad . Tijdens die gesprekken is informatie uitgewisseld over de duurzaamheidsprestaties van beide beursvennootschappen. Wij hebben toen onze zorgen geuit over de toekomstige bestuursstructuur, het voldoen aan regels met betrekking tot verantwoord bestuur, en risicomanagement in relatie tot de op handen zijnde fusie.

Petrobras – dialoog leidt tot procedure voor nominaties van commissarissen
APG heeft in 2012 gesproken met een vertegenwoordiger van Investor Relations en de directeur verantwoordelijk voor corporate governance van het Braziliaanse olieconcern Petrobras. In het gesprek heeft APG aangedrongen op een betere belangenbehartiging voor minderheidsaandeelhouders. Zo zou er een nominatie- en selectieprocedure moeten komen voor commissarissen die de minderheidsaandeelhouders vertegenwoordigen. Petrobras heeft beloofd zich in te spannen voor gemakkelijker maken van het elektronisch stemmen en het mogelijk maken van meerdere nominaties voor commissarissen. Tevens zal Petrobras zijn best doen om de grote Braziliaanse aandeelhouderhouders in dialoog te laten treden met de minderheidsaandeelhouders.

Olympus- stem tegen beschermingsconstructie
Eind november 2011 kwam aan het licht dat de Japanse cameramaker Olympus sinds de jaren negentig grote verliezen verborgen heeft gehouden. Het bedrijf verloor bijna 70 procent van zijn beurswaarde door de onthulling. APG heeft de onderneming samen met andere aandeelhouders aangesproken op dit gedrag en gevraagd om een drastische ingreep in de bestuursstructuur van de onderneming, zoals het aanstellen van onafhankelijke commissarissen. Alleen daarmee kan het vertrouwen van de beleggers in het bedrijf hersteld worden. Tijdens de aandeelhoudersvergadering stemde APG tegen een beschermingsconstructie die niet in het belang zou zijn van de minderheidsaandeelhouders. Het schandaal rond Olympus is voor de Japanse beursautoriteiten aanleiding geweest om strengere corporate governance regels op te stellen. We blijven de ontwikkelingen in Japan en bij Olympus op de voet volgen.

Reed Elsevier – ruimhartige beloning voor CFO
In het afgelopen jaar heeft het S&G-team met Reed Elsevier over de bezoldigingsstructuur van de raad van bestuur gesproken. Tevens spraken wij over de verandering van het bedrijfsmodel vanwege vergaande digitalisering en de consequenties daarvan voor het duurzaamheidsprofiel en het ketenbeheer. APG heeft de onderneming aangesproken op de ruimhartige beloning voor de nieuwe CFO en op de eenmalige vergoeding die hem werd geboden om de overstap naar de onderneming te maken. Reed Elsevier heeft aangegeven dat het de zorgen van de institutionele beleggers begrijpt, maar heeft geen wijzigingen aangebracht in de financiële vergoeding van zijn bestuurders.

Financiële sector
In 2012 kreeg de bankensector opnieuw negatieve pers en werden financiële instellingen ervan beschuldigd niet zorgvuldig om te gaan met het geld van hun klanten. Zelfs banken met een goede reputatie als HSBC en Standard Chartered werden onderzocht vanwege overtredingen van bankregels en moesten flinke boetes betalen. APG voert met vertegenwoordigers van beide banken constructieve gesprekken over de aanpak van het gebrek aan toezicht op dit soort gedrag. Barclays is een schikking overeengekomen met de Amerikaanse ‘Commodity Futures Trading Commission’, het Amerikaanse ministerie van Justitie en de autoriteit financiële markten in het Verenigd Koninkrijk over het manipuleren van het Libor-tarief. Dat leidde tot een chaotische periode van bestuurswisselingen bij Barclays en resulteerde uiteindelijk in het vertrek van de CEO. Het is van groot belang dat bij Barclays aanzienlijke veranderingen plaatsvinden in de cultuur en beloningsstructuur. In 2013 blijven we met financiële instellingen in gesprek om veranderingen in de cultuur en verantwoord gedrag n de financiële sector te versterken.

Sociaal

Ahold – past toon in communicatie aan om werknemers niet te belemmeren in vrije keus over vakbondslidmaatschap
Met het Nederlandse retailconcern Ahold spraken we in 2012 opnieuw over de arbeidsverhoudingen bij de Amerikaanse supermarktketen Giant Carlisle. Ahold heeft ons een brief aan de werknemers laten zien die aanzienlijk minder intimiderend is over vakbondsactiviteiten dan eerder verzonden brieven. Toch vragen we ons af of in zo’n brief vakbondsactiviteiten werkelijk zo sterk afgeraden moeten worden. Samen met andere grote beleggers hebben we een brief gestuurd naar Ahold dat we tevreden waren over de minder dreigende brief maar dat we twijfels hadden over de verstrekte informatie over het inhouden van vakbondscontributie. We zullen Ahold ook in 2013 blijven volgen en hopen dat de onderneming ook in de VS vrijheid van vakbonden zal respecteren.

Apple neemt maatregelen om arbeidsomstandigheden in fabrieken te verbeteren
De Amerikaanse elektronicaproducent Apple heeft in 2012 opnieuw de aandacht van beleggers getrokken vanwege slechte arbeidsomstandigheden bij zijn toeleveranciers in China. Vooral Foxconn trekt daarbij de aandacht. In 2012 heeft APG opnieuw met Apple gecorrespondeerd over de noodzaak van goede arbeidsomstandigheden en een goed toezicht van de onderneming zelf op de hele productieketen. Zo hebben wij Apple gevraagd om een bredere basis van producenten en andere toeleveranciers te creëren zodat het gemakkelijker is over te stappen, mocht er bij één van hen misstanden ontstaan. Daarnaast hebben wij Apple gevraagd nog meer te doen aan het reduceren van overwerken door fabrieksarbeiders. Apple heeft zelf de Fair Labor Association (FLA) ingeschakeld om onderzoek te doen naar de arbeidsomstandigheden in de fabrieken die voor Apple produceren in onder meer China. De bevindingen van de FLA over arbeidsomstandigheden in de fabrieken zijn publiek gemaakt en laten zien dat er verbeteringen worden doorgevoerd en vorderingen worden geboekt. Hoewel er nog een weg te gaan is, zien we aanwijzingen dat de doorgevoerde verbeteringen daadwerkelijk leiden tot betere arbeidsomstandigheden op de werkvloer. In 2013 zullen we de ontwikkelingen nauwlettend blijven volgen en met Apple in gesprek blijven.

MTN – herziet landen risico en mensenrechten beleid
MTN is één van de grootste telecommunicatiebedrijven van Zuid-Afrika en heeft activiteiten in Syrië. Hoewel dit geen militaire activiteiten betreft en deze daarmee niet onder het embargo van de Verenigde Naties vallen, maakt APG zich zorgen over de manier waarop MTN in Syrië betrokken zou kunnen zijn bij de burgeroorlog in het land. Diverse maatschappelijke organisaties hebben bijvoorbeeld gezegd dat MTN door haar activiteiten betrokken is bij mensenrechtenschendingen door het regime in Syrie. We hebben daarom MTN om opheldering gevraagd en zijn momenteel in gesprek over haar activiteiten en het landen risico beleid. MTN heeft onlangs een uitgebreide toelichting gegeven op haar activiteiten en de herziening van het huidige beleid. We blijven de dialoog voortzetten over het mensenrechtenbeleid en de activiteiten in Syrië.

POSCO – onderhouden van constructieve dialoog met lokale bevolking cruciaal
In maart vorig jaar hebben we meerdere malen contact gehad met de Indiase vertegenwoordiging van POSCO. POSCO is een Zuid-Koreaans staalbedrijf dat zeven jaar geleden wilde beginnen aan de bouw van een staalfabriek in India. Het project van $ 12 miljard heeft deze vertraging onder meer opgelopen vanwege protesten van de lokale bevolking die zorgen heeft over de milieuschade die de staalfabriek mogelijk zal veroorzaken. Vanwege de protesten en het terugdraaien van de bouwvergunning door de National Green Tribunal van India is APG in een intensieve dialoog met POSCO over de manier waarop de onderneming de staalfabriek in India wil vestigen. APG benadrukt daarbij de noodzaak van een constructieve dialoog met de lokale bevolking. Vanwege deze langslepende zaak heeft een groep non-gouvernementele organisaties (NGO’s) een klacht ingediend bij het meldpunt van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling ) in drie OESO-lidstaten tegen POSCO en minderheidsaandeelhouders in het bedrijf: tegen ons en een van onze klanten en het Noorse staatspensioenfonds NIBM.

Mahindra Mahindra – komt ontslagen werknemers tegemoet
Mahindra Mahindra is een Indiaas conglomeraat dat onder andere actief is in de automobielindustrie. Het bedrijf heeft in 2011 de noodlijdende Zuid-Koreaanse autoproducent Ssangyong overgenomen en vervolgens een ingrijpende reorganisatie doorgevoerd die tot veel protesten bij de ontslagen medewerkers hebben geleid. Het protest en een aantal zelfmoorden onder het ontslagen personeel was voor APG aanleiding om een intensieve dialoog met de onderneming aan te gaan. Mahindra Mahindra heeft toegezegd een financiële tegemoetkoming te zullen geven aan het ontslagen personeel.

Netapp –onderzoek naar leveranties aan Syrie
In 2012 hebben we met het Amerikaanse NetApp gecorrespondeerd over hun mogelijke zakelijke activiteiten in Syrie. Naar verluid heeft de onderneming technologie geleverd aan het regime in Syrië in 2011. Het zou gaan om een order uit 2011 dat via een Italiaanse onderneming werd verkocht aan het regime in Syrië. Deze technologie zou gebruikt kunnen worden om emailverkeer te kunnen inzien en onderscheppen. NetApp heeft op onze brief gereageerd met een verwijzing naar een lopend onderzoek van de Amerikaanse overheid naar de implicaties van het sanctieregime ten aanzien van de verkoop van zogenoemd “sensitive technology” aan Iran en Syrië. NetApp wil hangende dat onderzoek niet reageren op onze vragen. Wij zullen blijven aandringen op opheldering en de resultaten van het onderzoek bestuderen.

Orascom Telecom – dialoog leidt tot mensenrechtenbeleid en terugtrekken activiteiten in Noord-Korea
In 2012 konden we vast stellen dat onze engagement met het Egyptische Orascom Telecom heeft geleid tot belangrijke resultaten. Zo heeft de onderneming op ons aandringen een mensenrechtenbeleid ontwikkeld en uitgerold in de gehele organisatie. Ook beëindigde de onderneming haar activiteiten in Noord Korea en voerde verdere verbeteringen aan in haar landenrisico systemen.

Samsung Electronics – gaat met nabestaanden van overleden in gesprek
Het afgelopen jaar is er uitgebreid contact geweest met het Zuid-Koreaanse Samsung Electronics over gezonde en veilige arbeidsomstandigheden en kinderarbeid. Een terugkerend onderwerp op de agenda was de zorg van APG over de gebrekkige aandacht die Samsung had besteed aan zijn (voormalige) werknemers met leukemie en de nabestaanden van overleden werknemers die werkzaam waren bij een inmiddels gesloten productielijn. Wij zijn dan ook verheugd dat Samsung in 2012 met de families van de slachtoffers het gesprek is aan gegaan. Ook spraken we met Samsung over arbeidsomstandigheden in de productieketen. Samsung werkt met de Taiwanese toeleverancier Foxconn. Foxconn is regelmatig in het nieuws vanwege slechte arbeidsomstandigheden. APG heeft Samsung ook aangesproken op de arbeidsomstandigheden bij alle fabrieken in China. Zo heeft de maatschappelijke organisatie China Labor Watch ontdekt dat bij een toeleverancier van Samsung gebruik werd gemaakt van kinderarbeid. Nadat APG contact heeft gezocht met de onderneming over de controle van de productieketen, heeft Samsung een persbericht gepubliceerd over haar standpunt op het gebied van kinderarbeid. Ook publiceerde Samsung een plan van aanpak om kinderarbeid in haar productieketen te voorkomen.

Milieu

BP – heeft maatregelen genomen om veiligheidscultuur te versterken
In 2012 hebben we de dialoog met BP voortgezet over de veiligheidscultuur in de onderneming. Uit analyses van verschillende onderzoeken en na gesprekken met het bedrijf concludeerden we in 2011 dat er in de organisatie meer toezicht moest komen op veiligheid risico’s ‘en dat een meer zelfkritische cultuur onder het personeel nodig was om veiligheidsrisico’s eerder te identificeren en aanpakken. We stellen twee jaar later vast dat BP sinds dat wij met hen het gesprek hierover zijn aangegaan een reeks van maatregelen hiertoe heeft genomen; Het toezicht is verbeterd en audit procedures zijn uitgebreid en er is –ondermeer op ons aandringen- een Remote Monitoring Centre, een controle kamer die de activiteiten op de boorplatformen in de gaten houdt, is ingesteld. Ook is het beheersen van veiligheidsrisico’s een onderdeel geworden in de beloningssystematiek. Ondanks de belangrijke stappen die BP heeft ondernomen om de veiligheidscultuur te bestendigen in de bedrijfspraktijk, zal de onderneming zich verder moeten ontwikkelen. Wij zetten de dialoog voort waarin we ondermeer aandringen op de publicatie van de bevindingen door onafhankelijke auditors.

Norilsk Nickel – heeft maatregelen genomen om uitstoot terug te dringen
APG is sinds 2009 met het Russische Norilsk Nickel in gesprek geweest. In 2012 heeft het bedrijf vooruitgang geboekt op het gebied van zijn duurzaamheidsbeleid. Tijdens een bezoek van een bedrijfsdelegatie aan ons kantoor in Amsterdam zijn toezeggingen gedaan op het gebied van milieu en beter ondernemingsbestuur. Het startpunt van de engagement waren zorgen over het uitblijven van strategische doelen van Norilsk Nickel rond het milieu en maatregelen voor het tegengaan van milieuschade door zijn activiteiten rond de Poolgebieden. De onderneming heeft investeringen gedaan om de vervuiling van SO2 terug te dringen. In relatie tot de bedrijfsstrategie hebben we Norilsk Nickel gevraagd om lid te worden van VN Global Compact en de International Council on Mining and Metals (ICMM). Vooralsnog heeft het dat nog niet gedaan.

Goldcorp – herziet beleid voor land aankopen en past landenrisico beleid aan
APG is al geruime tijd in gesprek met het Canadese mijnbouwbedrijf Goldcorp over verantwoorde mijnbouw. De onderneming, gespecialiseerd in het delven van goud, is sinds 2009 lid van de VN Global Compact en heeft de Extractive Industries Transparancy Initiative (EITI) ondertekend. Daarnaast heeft de onderneming een duurzaamheidsbeleid en –programma’s ontwikkeld en geimplementeerd. Tevens heeft het zijn landenrisicobeleid aangescherpt. Desondanks zijn er problemen rond de Goldcorp mijn in Guatemala. De lokale bevolking en toonaangevende internationale organisaties hebben opgeroepen om de Marlin mijn te sluiten omdat volgens betrouwbare bronnen de mensen- en arbeidsrechten daar niet goed beschermd worden. We hebben vertegenwoordigers van Goldcorp hierover gesproken en gevraagd naar een verslag over hun onderzoek naar de mensenrechtensituatie aldaar. Goldcorp heeft beloofd een beleid te ontwikkelen over het aankopen en in bezit nemen van land. Tevens zal het bedrijf verslag doen over de implementatie van de aanbevelingen van de Human Resources Institute of Alberta (HRIA).

Bezoeken

Shell – bezoek aan de Niger delta
APG voert al geruime tijd een actieve dialoog met Shell over de zorgwekkende olievervuiling in Nigeria. Dit jaar hebben we wederom gesproken met de CEO van Shell, de directeur verantwoordelijk voor de Nigeriaanse activiteiten en de voorzitter van de raad van commissarissen. In oktober 2012 is een lid van het S&G-team in Nigeria geweest waar contact is geweest met het lokale management van Shell Nigeria. Daarbij hebben we inzicht gekregen in de omvang van de vervuiling en het probleem van de illegale raffinaderijen en illegale olieopslag.

Mede onder invloed van de aanhoudende aandacht voor de kwestie van ons en andere institutionele beleggers heeft Shell de afgelopen jaren vooruitgang geboekt. Er is nu bijvoorbeeld beter inzicht in de voortgang van het opruimen van bestaande en nieuwe vervuiling. Shell staat nu meer open voor onafhankelijke audits en advies. Daarnaast is ook het contact van de oliemaatschappij met lokale organisaties verbeterd.

Toch is voor een duurzame oplossing voor de hele Nigerdelta nog heel veel werk te doen. Ondanks de verbeterde relaties is het wantrouwen bij lokale gemeenschappen en niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) nog groot. Zij zetten bijvoorbeeld vraagtekens bij de methode die Shell gebruikt om de olievervuiling op te ruimen en worden ondersteund door kritische geluiden van het Milieuprogramma van de VN (UNEP) dat onderzoek heeft gedaan in het gebied en daarover een rapport publiceerde in 2011.

APG heeft Shell na de publicatie van het UNEP rapport gevraagd naar een extern geverifieerd onderzoek dat de effectiviteit en toepasselijkheid van de methode vaststelt en waar nodig verbetert. Shell heeft hiervoor Buro Veritas ingeschakeld en een aantal lokale NGO’s bij het onderzoek betrokken. We vinden dit positief. Het is van groot belang dat de uitkomsten en aanbevelingen in het eindrapport van Buro Veritas het draagvlak vergrot voor de manier waarop Shell zijn verantwoordelijkheid neemt voor de vervuiling in Nigeria.

Bezoek aan Myanmar – gesprekken met mensenrechtenverdedigers en bedrijven geven inzicht in risico’s voor bedrijven maar bieden hoop voor de toekomst
In 2012 heeft een van de leden van het S&G-team een bezoek gebracht aan Myanmar). Er vonden belangrijke politieke ontwikkelingen plaats, zoals het vrijlaten van oppositieleider Aung San Suu Kyi en vervolgens haar verkiezing in het parlement van Myanmar en de voortgaande democratisering. Daarom vond APG het belangrijk om contacten te leggen met diverse betrokkenen in het land. Tijdens het bezoek is gesproken met deskundigen, mensenrechtenverdedigers, nationale en internationale bedrijven die actief zijn in het land.

Zo spraken we onder meer met Daewoo International, een onderneming waarmee we sinds 2009 een dialoog mee onderhouden. We constateren dat het bedrijf een reeks van onze aanbevelingen heeft overgenomen. Zo heeft Daewoo een structuur ontwikkeld waarin een nauwer overleg met de lokale gemeenschappen plaatsvindt en zet Daewoo zich in om zoveel mogelijke lokale staf in te huren.

De toenemende openheid van het land naar de buitenwereld zorgt voor veranderingen die invloed kunnen hebben op de manier waarop beleggingsrisico’s in Myanmar worden beoordeeld. Beleggingen in Myanmar werden tot op heden doorgaans bestempeld als zeer risicovol met betrekking tot potentiële ESG-incidenten.We zijn dan ook voorzichtig positief over mogelijkheden voor bedrijven.

Terwijl de politieke situatie is veranderd, blijven de economische en sociale omstandigheden onwenselijk. De conflicten in de grensstreken en de grote armoede en slechte arbeidsomstandigheden, gebrekkige veiligheid op de werkvloer, corruptie en omkoping vormen een bron van zorg. Daarnaast is het de vraag of het verantwoord is om nu al in het land te beleggen aangezien de wetgeving en -handhaving nog zwak is. Ook heeft Aung San Suu Kyi buitenlandse investeerders afgeraden om in de energiesector te investeren omdat beleggers dan een joint venture zouden moeten sluiten met het oliestaatsbedrijf MOGE.

De ondernemingen waar wij in beleggen die activiteiten ontplooien in Myanmar worden nauw door ons gevolgd. Dat doen wij niet alleen vanwege de politieke risico’s maar ook omdat wij van bedrijven verwachten dat zij zich houden aan de Global Compact Principes van de Verenigde Naties.

Bezoek aan bosbouw belegging in Mozambique
Beleggingen in bosbouw zijn voor ons een geschikte manier om lange-termijnrendementen te genereren en tevens bij te dragen aan duurzaamheid. Wij zijn ervan overtuigd dat bosbouw, mits goed beheerd, een waardevolle aanvulling is op onze beleggingsportefeuille. Ook vinden wij duurzaamheidcertificaten op het hoogste niveau voor bosbouw belangrijk en stellen we deze als voorwaarde aan onze bosbouwbeleggingen.

Wij hebben belegd in bosbouwprojecten op verschillende continenten. Sinds 2007 beleggen wij in een op Mozambikaanse bosbouw gericht fonds dat beheerd wordt door Global Solidarity Fund International (GSFI), een internationale vermogensbeheerder die eigendom is van Zweedse en Noorse kerken. Om er zeker van te zijn dat deze bosbouwbeleggingen voldoen aan onze eisen op het gebied van verantwoord beleggen, is ten tijde van de start met het fonds contractueel afgesproken dat er een traject gestart zou worden om de bosbouwprojecten een Forest Stewartship Council (FSC)certificering te laten verkrijgen. Dit certificaat van is een belangrijke maatstaf voor de kwaliteit en duurzaamheid van de bossen waarin wordt belegd. Al onze bosbouwbeleggingen moeten aan de FSC-standaard voldoen of, daar waar het gaat om bosbouwbeleggingen in Noord-Amerika, die van het Sustainable Forest Initiative (SFI). Ook moeten ze voldoen aan de principes van de VN Global Compact, de eerder genoemde richtlijnen op het gebied van milieu, mensenrechten, arbeidsnormen en anti-corruptie.

Gaandeweg is ons duidelijk geworden dat de projecten in Mozambique niet voldeden aan de genoemde eisen. Dat werd onder andere zichtbaar na een onafhankelijke beoordeling in het kader van FSC-certificering. Tegelijkertijd werden de projecten door maatschappelijke organisaties (Non-Governmental Organizations, NGO’s) beschuldigd van het onrechtmatig verkrijgen van landrechten van de lokale bevolking. De zogeheten landroof is publiekelijk ter discussie gesteld.

In de afgelopen jaren hebben we, samen met de andere investeerders in dit project, stevig aangedrongen op verbeteringen van de ESG-prestaties. Dit heeft onder meer geleid tot het aanstellen van een nieuw managementteam dat nu bestaat uit een gezonde mix van lokale getalenteerde professionals en internationaal georiënteerde managers met ruime ervaring in de bosbouw.

In april 2012 is een lid van het S&G-team ter plaatse gaan kijken of aan onze wensen tegemoet gekomen was en om de beschuldigingen van NGO’s te onderzoeken. Uit de vele gesprekken met lokale organisaties, werknemers en dorpelingen vonden wij geen aanwijzingen voor landroof. Voor alle beplante hectares zijn de juiste vergunningen aanwezig. We konden wel concluderen dat het vorige management niet zorgvuldig een administratie had bijgehouden en dat er verwachtingen bij de lokale bevolking waren gewekt die niet konden worden waargemaakt.

Wij zijn positief over de manier waarop het huidige management met de lokale bevolking omgaat en met haar in gesprek blijft. Mochten de bewoners geen instemming geven voor het gebruik van land waar zij wonen en/of verbouwen, is afgesproken dat het management ander geschikt land zal zoeken.

Voor het verkrijgen van een FSC-certificering, waar wij veel waarde aan hechten, zal in 2013 een zogeheten ‘baseline study’ – een onderzoek naar de sociale en milieueffecten – gehouden worden. Een dergelijk onderzoek duurt een jaar en dat betekent dat de FSC-certificering in 2014 een feit moet zijn.

Stemmen

De tien landen waarin we op de meeste algemene jaarvergaderingen hebben gestemd

In 2011 stemden we tijdens 4.055 aandeelhoudersvergaderingen in 59 verschillende landen. De top tien van deze landen is als volgt:

Land Aantal algemene jaarvergaderingen
Verenigde Staten 854
Japan 419
Canada 232
Verenigd Koninkrijk 230
Brazilië 179
Australië 175
India 147
Taiwan 121
Zuid-Korea 121
China 116

Stemmen van APG over belangrijke onderwerpen

 

Stemmen

Stemmen op aandeelhoudersvergaderingen is een belangrijke manier om aan het bestuur van een onderneming duidelijk te maken hoe wij over bepaalde zaken denken. We streven ernaar goed geïnformeerd te stemmen op alle aandeelhoudersvergaderingen van ondernemingen. Er wordt daarbij een elektronisch systeem gebruikt. Dit systeem maakt het mogelijk, indien het kan, wereldwijd op alle vergaderingen onze stem uit te brengen. In voorkomende gevallen hebben we ons stemrecht niet uitgeoefend. De reden daarvoor is dat er in een aantal landen een verbod geldt om te handelen in een aandeel wanneer een aandeelhouder haar stemrecht wil uitoefenen. Aangezien wij te allen tijde de flexibiliteit willen houden om te handelen in onze aandelen hebben we ervoor gekozen in die gevallen geen gebruik te maken van ons stemrecht. Wij vinden het belangrijk om transparant te zijn over ons stembeleid en hoe onze stem in de praktijk uitpakt.

Hieronder worden enkele bedrijven uitgelicht waar wij het afgelopen jaar een dialoog mee hebben gehad en het desondanks nodig vonden om in de aandeelhoudersvergaderingen aandacht te vestigen op een aantal gevoelige zaken.

  • Op de Algemene vergadering van Aandeelhouders (AvA) van het Franse olie-en gasbedrijf Total zijn onze zorgen geuit via onze stempositie over de gecombineerde functie van bestuursvoorzitter (chairman) en CEO. Daarnaast hebben de leden van het bestuur allemaal een groot aantal andere bestuursfuncties, waardoor er twijfel is of de bestuursleden wel genoeg tijd kunnen besteden aan de olie- en gasonderneming. Eén van de bestuursleden heeft daarnaast een zeer laag aanwezigheidspercentage op bestuursvergaderingen
  • Op de AvA van retailbedrijf Ahold hebben wij opnieuw onze zorgen uitgesproken over de houding van het management van de Amerikaanse supermarktketen Giant-Carlisle tegenover vakbonden. Deze keten was actief in het ontmoedigen van werknemers die zich willen aansluiten bij een vakbond. Wij hebben Ahold ook gevraagd onderzoek te doen naar werknemerstevredenheid onder alle personeelsleden wereldwijd. Tevens heeft APG zijn zorgen uitgesproken over bezoldigingsbeleid.
  • De nieuwe beursonderneming D.E. Masterblenders 1753 moest begin augustus 2012 een grote boekhoudfraude in Brazilië bekendmaken. De fraude heeft plaatsgevonden voordat het nieuwe bedrijf naar de beurs ging en viel onder de verantwoordelijkheid van het oude bestuur van Sara Lee. We hebben voor de decharge van het bestuur gestemd omdat de fraude niet onder zijn verantwoordelijkheid heeft plaatsgevonden en omdat we vertrouwen hebben dat het bestuur voldoende maatregelen heeft genomen om dit soort misstanden in de toekomst te voorkomen.

Benoeming van onafhankelijke directeuren in Italië

Stemmen over de benoeming van directeuren is voor APG één van de belangrijkste manieren om de samenstelling te beïnvloeden van het bestuur van de ondernemingen waarin we beleggen. Het geeft ons een mogelijkheid om mee te beslissen over wie de onderneming feitelijk leidt. In Italië bestaat sinds 2007 het zogenoemde ‘Voto di Lista’-systeem. In dit systeem is het voor minderheidsaandeelhouders mogelijk minstens één lid van de directieraad of de raad van statutaire auditors voor te dragen, als tegenwicht van een meerderheidsaandeelhouder of een groep beleggers die gezamenlijk optrekt. Het systeem is niet optimaal omdat de grootaandeelhouders nog steeds meer commissarissen kunnen benoemen, maar het biedt de minderheidsaandeelhouders de mogelijkheid om beter geïnformeerd te zijn over de onderneming. In 2012 kwam dit systeem APG goed van pas bij het navragen naar de aard van de activiteiten en betrokkenheid van FinMeccanica in Syrië omdat we in 2011 een onafhankelijke commissaris bij het bedrijf hadden voorgedragen. Deze commissaris konden we toen direct benaderen om te praten over het landenrisicobeleid van het bedrijf en zijn activiteiten in Syrië.

Juridische maatregelen

Beleggen is nooit zonder financiële risico’s. In een enkel geval lijdt APG verlies op de beleggingen als gevolg van bijvoorbeeld fraude, bedrog, een onjuiste voorstelling van zaken, veronachtzaming van de verplichting tot openbaarmaking of schending van fiduciaire verplichtingen (wangedrag) bij een onderneming. Het is mogelijk de schade hierdoor te beperken of te laten vergoeden door zelf een rechtszaak aan te spannen of door deel te nemen aan een collectieve rechtsprocedure die al tegen het bedrijf in gang is gezet. Indien en voor zover mogelijk zullen namens ons  redelijke maatregelen genomen worden om (een deel van) de schade te verhalen. Dit zullen wij alleen doen als de kans groot is dat de voordelen van een dergelijke actie grotendeels zullen opwegen tegen de nodige inspanningen en de proceskosten. Verhaal van de schade zal altijd het doel zijn, maar er kan ook actie ondernomen worden om het bestuur van de desbetreffende onderneming te verbeteren.

In de Verenigde Staten kent men de mogelijkheid van ‘class actions’. Als een belegger met het oog op schadevergoeding een rechtszaak tegen een onderneming aanspant, dan maakt het systeem van ‘class actions’ alle andere beleggers die in de periode waarin het wangedrag zou hebben plaatsgevonden aandelen hebben gehad automatisch lid van de ‘class’ die collectief bij de onderneming schade claimt. Als gevolg van dit systeem maakt APG momenteel in ongeveer 230 gevallen passief deel uit van zo’n ‘class’. ‘Class actions’ resulteren meestal in een schadevergoeding. De regel is dat elke deelnemende belegger zijn schade op ‘pro rata’-basis vergoed krijgt. Beleggers kunnen echter ervoor kiezen niet aan de ‘class’ deel te nemen en zelf een rechtszaak aan te spannen.

Uitsluitingen

APG vindt het belangrijk als grote institutionele belegger maximale invloed aan te wenden op ondernemingen waarin namens opdrachtgevers wordt belegd. Wij bevinden wij ons vaak in een positie waarin we ondernemingen kunnen aansporen om maatschappelijk verantwoord te opereren. Zo verwachten we van de ondernemingen waarin we beleggen, dat zij handelen volgens de uitgangspunten van de Global Compact van de VN.  Met bedrijven die nog achterblijven in hun naleving gaan we actief in gesprek. Door middel van dit zogeheten ‘engagement’ proberen we ondernemingen te overtuigen van de noodzaak tot verandering. Mochten onze inspanningen geen effect hebben, dan kiezen we er soms voor om onze belangen in een dergelijke onderneming op te geven. Dat doen we liever niet, omdat wij geloven dat we met engagement meer invloed kunnen uitoefenen. Maar als een onderneming onvoldoende gehoor geeft aan onze wensen, is uitsluiting vaak de enige manier om ons verantwoord beleggingsbeleid te laten gelden.

Clusterwapens
Sinds 1 januari 2013 is het in Nederland verboden om direct te beleggen in producenten van clusterwapens. Op basis van ons eigen onderzoek hebben wij onderstaande 14 beursgenoteerde bedrijven uitgesloten vanwege hun betrokkenheid bij de productie van clusterwapens. Ook zorgen wij ervoor dat we niet-beursgenoteerde clustermunitieproducenten en indirecte beleggingen in clustermunitie mijden. De beheerders van de portefeuille- en fondsmanagers zijn hiertoe contractueel verplicht en doen daarom zorgvuldig onderzoek naar de activiteiten van ondernemingen voordat we er in beleggen.

Per 1 januari 2013 is de lijst van uitgesloten ondernemingen als volgt:

Onderneming Land Reden
China Aerospace International Holdings China clusterwapens
Aeroteh S.A. Roemenië clusterwapens
Alliant Techsystems Inc. Verenigde Staten clusterwapens
Aryt Industries Ltd. Israël clusterwapens
Ashot Ashkelon Israël clusterwapens
Hanwha Corporation Zuid-Korea clusterwapens
Kaman Corporation Verenigde Staten clusterwapens
China Spacesat China clusterwapens
Lockheed Martin Corporation Verenigde Staten clusterwapens
Norinco International Cooperation Ltd. China clusterwapens
PetroChina China VN Global Compact
Poongsan Corporation Zuid-Korea clusterwapens
Poongsan Holdings Corporation Zuid-Korea clusterwapens
SingaporeTechnologies Engineering Singapore clusterwapens
Textron Verenigde Staten clusterwapens
Walmart Stores Verenigde Staten VN Global Compact

In 2012 hebben we ook besloten om niet meer in overheidsobligaties van bepaalde landen te investeren waarvoor een wapenembargo van de VN Veiligheidsraad van kracht is. Die landen zijn: Democratische Republiek Congo, Eritrea, Irak, Iran, Ivoorkust, Liberia, Libië, Noord-Korea, Soedan en Somalië.

Klimaatwetgeving

2012 kende opnieuw veel schade door extreem weer: grote bosbranden in Rusland eind juli en in Australië in december, overstromingen in het Verenigd Koninkrijk en de orkaan Sandy aan de oostkust van de Verenigde Staten. Het debat over de kwestie of extreem weer al dan niet wordt veroorzaakt door klimaatverandering blijft wereldwijd gevoerd worden. Tegelijkertijd wordt er wereldwijd geïnvesteerd in energie-efficiëntie, het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en het beperken en zelfs voorkomen van schade door extreem weer dat leidt tot droogte of juist overstromingen. Sinds 1990 is de uitstoot van broeikasgassen met meer dan 50 procent gestegen. Onder het verdrag van Kyoto (in 1997) was op internationaal niveau afgesproken dat eind 2012 een reductie van 5 procent zou plaatsvinden. Die doelstelling is dus niet bereikt. Als we de temperatuurstijging van de aarde willen beperken tot maximaal 2 graden Celsius, zoals afgesproken in het Mexicaanse Cancun in 2011, zullen de wereldwijde CO2-emmissies in 2050 met 80 procent gereduceerd moeten worden.

Begin december vorig jaar vonden in Doha (Qatar) de jaarlijkse klimaatonderhandelingen plaats. De bijeenkomst leverde geen zichtbare wijzigingen op in internationale afspraken en wet- en regelgeving rond energie en broeikasgassen. Eén van de redenen daarvoor zou kunnen zijn dat er wordt gewerkt aan een klimaatakkoord in 2015.

Institutionele beleggers wereldwijd maken zich zorgen over de gevolgen van klimaatverandering vanwege hun belangen met betrekking tot de lange termijn. Daarom is APG bestuurslid van de European Institutional Investors Group on Climate Change (IIGCC). Samen met andere regionale beleggersgroepen (Noord-Amerika, Azië en Australië/Nieuw-Zeeland) hebben wij voorafgaand aan de klimaattop in Doha aangedrongen op een standvastiger overheidsbeleid, een betere samenwerking tussen regeringen en strengere internationale afspraken. Tevens steunt de IIGCC de pogingen van verschillende politieke partijen in het Europees Parlement om het Europese Emissions Trading System voor een ondergang te behoeden.

Uw pensioenartikelen

inhoud

Reader uitleg | Deel uw reader

U bevindt zich op uw eigen reader-pagina waar u de voor u interessante artikelen kunt verzamelen en bewaren. U kunt inloggen zodat u deze reader overal kunt lezen. U bent nog niet ingelogd en daarom worden deze artikelen alleen in deze sessie bewaard.

Login met uw Twitter of uw Facebook of uw LinkedIn account

Print de reader inhoud