Risico’s voor Nederlands pensioen door EU

04 jun 2012 - APG / Wilfried Mulder

Het Nederlandse pensioenstelsel functioneert goed, beter dan in andere landen. Deze landen kampen niet alleen, net als Nederland, met de stijgende levensverwachting en schokken op de financiële markten, maar hebben bovendien pensioenstelsels die grotendeels afhankelijk zijn van de overheid.

De Europese Unie heeft de ernst van de pensioensituatie onderkend en initiatieven ontplooid om de pensioenstelsels toekomstbestendiger te maken. Dit is een goede zaak, omdat anders het gevaar dreigt dat andere lidstaten (met omslaggefinancierde pensioenstelsels) hun overheidstekorten laten oplopen en daardoor de financiële stabiliteit in gevaar brengen. Dit kan echter ook risico’s met zich brengen. Een voorbeeld is het voorstel om voor pensioenfondsen een Europees toezichtkader te introduceren op basis van, de voor verzekeraars geldende, Solvency II-richtlijn. Dit zal namelijk leiden tot hogere buffereisen, hogere pensioenpremies en/of lagere pensioenuitkeringen. Dergelijke strengere pensioenregels uit ‘Brussel’ zullen niet snel worden verworpen door lidstaten die niet beschikken over een even omvangrijke pensioensector als Nederland. In Nederland is (nog) niet iedereen zich bewust van deze risico’s en ook niet van het belang van andere Europese beleidsinitiatieven voor ons pensioenstelsel. Daarom is het voor Nederlandse pensioeninstellingen wenselijk om Europese initiatieven nauwlettend in de gaten te houden, bijvoorbeeld door een permanente aanwezigheid in Brussel. Om zo te zorgen dat het Nederlandse pensioenstelsel niet in gevaar gebracht wordt.

Besluitvormingsprocessen Brussel

Om de Europese beleidsinitiatieven te kunnen volgen is het noodzakelijk te beschikken over inzicht in de beslissingsprocessen in Brussel. Deze processen zijn complex en langdurig en beginnen bij de Europese Commissie.

  • Vaak bestaat een eerste stap in een wetgevingsproces uit een uitnodiging door ambtenaren van de Commissie aan experts uit de lidstaten (nationale ambtenaren en vertegenwoordigers van sectoren) om te discussiëren over een onderwerp waarbij de Commissie nieuwe Europese regelgeving overweegt. Hiermee worden eventuele kennislacunes bij de Commissie opgevuld en effecten van nieuwe regelgeving zichtbaar.
  • Een tweede stap is het consulteren van een 'Groenboek'. Hierin staan de verschillende standpunten over een onderwerp om zo helder te krijgen of Europese regelgeving wenselijk is. Dit consultatieproces wordt doorgaans afgesloten met een Mededeling waarin de Commissie, haar feedback geeft.
  • Een derde stap is een 'Witboek' waarin de Commissie de beleidslijnen uiteenzet van overwogen regelgeving. Ook kan de Commissie over de technische aspecten van haar beleidsvoornemens een adviesaanvraag (Call for Advice) richten aan een van de Europese toezichthouders. Bij pensioenen zal een dergelijke adviesaanvraag worden gericht aan EIOPA, de Europese toezichthouder op verzekeraars en pensioenfondsen.
  • Vervolgens dient de Commissie deze beoogde regelgeving, in een voorstel voor een richtlijn of een verordening, in bij zowel de Raad van Ministers als het Europees Parlement (EP). Met de Raad van Ministers wordt het nationale niveau van de lidstaten in de Europese besluitvorming gewaarborgd. Met het EP wordt de Europese bevolking betrokken. Zowel in de Raad van Ministers als in het EP buigen werkgroepen zich over een voorstel. De werkgroepen in de Raad van Ministers worden bemenst door ambtenaren van de nationale ministeries, die hierbij nauw samenwerken met de permanente vertegenwoordigingen van hun lidstaten in Brussel.
  • Als vijfde en laatste stap moeten de Raad van Ministers en het EP beide hun goedkeuring hechten aan een voorstel.

Contacten in Brussel

Om dit Brusselse regelgevingsproces te volgen is het noodzakelijk om goede contacten te onderhouden met de daarbij betrokken instellingen en personen. Een permanente aanwezigheid in Brussel kan hierbij nuttig zijn. Hoewel een dergelijke vertegenwoordiging op het eerste gezicht wellicht minder noodzakelijk lijkt dankzij de moderne communicatiemiddelen, heeft deze wel degelijk een toegevoegde waarde. De ervaring leert namelijk dat contacten 'op afstand' met Brussel niet effectief werken. De Nederlandse pensioensector heeft daarom permanente vertegenwoordigers in Brussel van zowel de Pensioenfederatie als enkele grote pensioenuitvoerders.

De intensiteit van de contacten met de Brusselse besluitvormers is mede afhankelijk van de fase waarin een Europees besluitvormingstraject zich bevindt.

  • In de voorbereidende fase (expertbijeenkomsten, Groenboek, Witboek, Call for Advice) vinden contacten plaats met ambtenaren van de Commissie. Een voorbeeld op pensioenterrein zijn de recente contacten die over een herziening van de Europese Pensioenfondsenrichtlijn en een aanstaand Witboek over pensioenen.
  • De eerste stap in deze trajecten was een Groenboek Pensioenen in 2010. Hiermee initieerde de Commissie de discussie over de toekomstbestendigheid van pensioenen in de EU. De Nederlandse pensioensector gaf via de Pensioenfederatie een reactie op deze consultatie.
  • De tweede stap bestond uit een Mededeling van de Commissie (voorjaar 2011) met de conclusies over de Groenboek-consultatie. Dit werd spoedig gevolgd door een adviesaanvraag van de Commissie over een herziening van de Pensioenfondsenrichtlijn aan EIOPA. EIOPA moet in het voorjaar van 2012 hierop antwoorden, en heeft ter onderbouwing daarvan in twee ronden de stakeholders in de pensioensector geconsulteerd. Deze consultaties hadden mede betrekking op de introductie van een geharmoniseerd en risicogeoriënteerd Europees toezichtskader, met als referentiekader de voor verzekeraars geldende Solvency II-richtlijn. De Nederlandse pensioensector heeft zich in een reactie hiertegen uitgesproken, omdat de Solvency II-regels niet passend zijn voor pensioenfondsen, met (fors) hogere buffereisen, hogere pensioenpremies en/of lagere pensioenuitkeringen tot gevolg. Hierna kan de Commissie een voorstel tot wijziging van de Pensioenfondsenrichtlijn uitbrengen.
  • Een andere vervolgstap (voorjaar 2012) van het Groenboek zal bestaan uit een Witboek met initiatieven ter vergroting van de zekerheid, adequaatheid en duurzaamheid van pensioenen in de EU.

Wanneer een (richtlijn)voorstel is gepubliceerd worden de contacten verlegd naar het EP. Elk lid van het EP kan namelijk voorstellen (amendementen) tot wijzigingen van een Commissie-voorstel indienen, en vertegenwoordigers uit de pensioenpraktijk kunnen hen input verstrekken. Deze contacten vinden plaats met zowel Nederlandse als buitenlandse EP-leden die een belangrijke rol vervullen in werkgroepen die het voorstel behandelen. Tegelijk kan input worden gegeven aan de permanente vertegenwoordigingen in Brussel van de lidstaten en de betrokken werkgroepen van de Raad van Ministers. Een voorbeeld hiervan is het voorstel van de Commissie voor een verordening om de OTC-derivatenmarkt (markt voor niet-beursgenoteerde derivaten zoals opties, termijncontracten, swaps), te reguleren en om marktpartijen te verplichten tot deelname aan een systeem van centrale afhandeling van derivatentransacties. Argumenten van de Nederlandse pensioensector voor een (voorlopige) vrijstelling zijn onder andere dat pensioenfondsen worden verplicht via derivatentransacties risico’s af te dekken. En dat pensioenfondsen niet gelijk zijn aan een 'normale' financiële instelling en daarom moeilijk het financiële systeem uit balans kunnen brengen. Deze argumenten hebben weerklank gevonden in Brussel. Het EP en de Raad van Ministers hebben beide het standpunt ingenomen dat een voorlopige uitzondering gerechtvaardigd is. Mogelijk bereiken het EP en de Raad spoedig overeenstemming hierover.

Conclusie

De komende jaren zal Europa vele initiatieven ontplooien met gevolgen voor de Nederlandse pensioensector. Naast de hiervoor genoemde initiatieven, heeft de Commissie ook plannen voor een belasting op financiële transacties en een herziening van de richtlijn inzake markten in financiële instrumenten. Hierbij is relevant dat het Nederlandse pensioenstelsel internationaal uniek is, waardoor Europa niet altijd voldoende oog heeft voor de effecten van regelgeving daarop. Inzicht in de Europese besluitvormingsprocessen en contacten met Brusselse besluitvormers zijn daarom onontbeerlijk.

Bron: Pensioen Bestuur & Management

Uw pensioenartikelen

inhoud

Reader uitleg | Deel uw reader

U bevindt zich op uw eigen reader-pagina waar u de voor u interessante artikelen kunt verzamelen en bewaren. U kunt inloggen zodat u deze reader overal kunt lezen. U bent nog niet ingelogd en daarom worden deze artikelen alleen in deze sessie bewaard.

Login met uw Twitter of uw Facebook of uw LinkedIn account

Print de reader inhoud