Per persoon zit er meer in de pensioenpot dan ooit

23 sep 2013 - APG

Een lage dekkingsgraad, korting op de pensioenuitkering, hogere premies, herstelplannen. Flarden uit krantenkoppen van de laatste tijd. Pensioenfondsen liggen onder vuur. Nederlanders hebben het idee dat beleggingen niets opleveren en dat hun pensioen wordt verkwanseld.

“Een ongenuanceerd beeld dat niet gebaseerd is op feiten.” Dat is de mening van Tinka den Arend, senior beleidsmedewerker Corporate Strategie en Beleid bij APG, en Onno Steenbeek directeur Asset Liability Management bij APG en hoogleraar Risicobeheer van Pensioenfondsen aan de Erasmus Universiteit.

“Per persoon zit er meer in de pensioenpot dan er ooit in gezeten heeft. Het hele punt is dat er nu per persoon meer geld nodig is om hetzelfde pensioen uit te kunnen betalen. Dat heeft alles te maken met de lage rentestand en hogere levensverwachting.” Tinka den Arend en Onno Steenbeek werken al enige tijd bij APG. Tinka den Arend is senior beleidsmedewerker Corporate Strategie en Beleid. Zij is nauw betrokken bij beleidsinitiatieven op het terrein van de pensioenen en adviseur van de Raad van Bestuur van APG. Onno Steenbeek is hoogleraar Risicobeheer van Pensioenfondsen aan de Erasmus Universiteit en directeur Asset Liability Management bij APG. Naast zeer gewaardeerd spreker op en deelnemer aan diverse fora is hij ook enthousiast leraar over dit onderwerp op lagere scholen. “Met kennismaken met financiën en dus ook met pensioen kun je wat mij betreft niet jong genoeg beginnen. Het is hartstikke leuk en voor mij ook heel leerzaam om kinderen in de hoogste groep van het basisonderwijs les te geven over dit onderwerp. Ze stellen kritische vragen en dwingen mij tot een heldere uitleg. Geen wollig verhaal, maar to-the-point.”

prognose levensverwachtingDat to-the-point-verhaal vinden Den Arend en Steenbeek vooral nu van het grootste belang. “We merken dat er veel onduidelijkheid bestaat over pensioenen. Het is ook best lastig. Enerzijds hebben we te maken met een verhoging van de AOW-leeftijd, anderzijds met onrust rond de waardevastheid van het pensioen. Die zaken lopen in de discussie vaak door elkaar. Het feit dat we langer leven, is niet het probleem. Wel de constatering dat we onverwacht nog langer leven dan we tot voor kort dachten. We weten al langer dat wij gemiddeld langer leven dan onze ouders. De grote verrassing was dat daar nog één à twee jaar is bijgekomen waarvoor niet door onze ouders is gespaard. We hebben dus heel wat uit te leggen en dat doen we graag.”

Klik hier (PDF) voor het gehele artikel. Hieronder vindt u alvast een samenvatting van het artikel

De basis: de opbouw van het pensioenstelsel

We kennen in Nederland drie pensioenpijlers. De AOW, verplichte collectieve pensioen en Individuele aanvullende pensioenvoorzieningen. De AOW voorziet in een basisinkomen. Nu staan er tegenover elke AOW’er vier werkenden. In 2040 zijn dat er nog maar twee. Terwijl de kosten van de AOW naar verwachting oplopen van € 30 miljard nu, tot ongeveer € 50 miljard in 2040. Daarom gaat de AOW-leeftijd sinds dit jaar stapsgewijs omhoog, tot 67 jaar in 2021. De tweede pijler is verplichte collectieve pensioen. Meer dan 90 procent van de werknemers bouwt via de werkgever pensioen op in deze tweede pijler. In veel landen wordt pensioen gezien als een financieel product, in Nederland als uitgesteld loon. Binnen een collectieve pensioenregeling maakt de werkgever iedere maand automatisch een premie over naar het pensioenfonds. Gemiddeld bedraagt deze premie iets meer dan 15 procent van het brutoloon. De verhouding tussen betaling van de premie vanuit de werkgever/werknemer is gemiddeld ongeveer 60/40 procent (verschilt per sector of onderneming). Nederlanders werken gemiddeld bijna een dag in de week voor hun pensioen. Derde pijler zijn de Individuele aanvullende pensioenvoorzieningen.

De voordelen van een collectief pensioen

Binnen collectieve pensioenfondsen kunnen deelnemers niet (direct) kiezen hoeveel geld zij inleggen, in welk pensioenfonds zij participeren en hoe dit geld wordt belegd. Steenbeek: “Ik denk niet dat Nederland zit te wachten op vrijwillig individuele pensioenregelingen. Uit talloze onderzoeken blijkt dat enige mate van verplichtstelling van belang is om mensen een goed pensioen te laten opbouwen. Mensen vinden het heden belangrijker dan de toekomst. De verplichtstelling behoedt werknemers hiervoor. Maar er zijn andere regelingen denkbaar waar verplichtstelling van toepassing is en waar desondanks meer keuzevrijheid is. In de huidige pensioendiscussie wordt over allerlei mogelijke aanpassingen nagedacht, maar collectiviteit en solidariteit in een verplichtgestelde regeling worden in het algemeen als cruciale ingrediënten gezien van een goed pensioenstelsel. Professioneel beleggen, risicospreiding en lage kosten zijn andere voordelen van collectief pensioensparen.

Wegnemen misverstand

Bij het publiek lijkt de mening te overheersen dat er door negatieve beleggingsrendementen moet worden gekort op pensioenen. Een collectief pensioenfonds belegt voor verschillende generaties tegelijk op een uniforme manier. Zo profiteren ook ouderen tot op het laatste moment van de hogere rendementen van beleggingen met een wat hoger risico. Wanneer pensioenfondsen er voor kiezen veiliger te beleggen, dan zorgt dit er voor dat de pensioenpremie fors omhoog moet gaan, of de pensioenuitkering omlaag. Er wordt momenteel nagedacht over allerlei nieuwe soorten regelingen om toch wat meer individuele keuzes toe te laten, maar we moeten oppassen dat dit niet ten koste gaat van de voordelen die de huidige regelingen bieden

Strenge eisen, lage dekkingsgraad

Er worden strenge eisen gesteld aan pensioenfondsen. Een goede zaak, passend in deze tijd. Vooral bij een dalende dekkingsgraad. Een fenomeen waarover in de publieke opinie een ongenuanceerd beeld is ontstaan. De financiële gezondheid van een pensioenfonds wordt gemeten aan de hand van de dekkingsgraad (verhouding tussen de bezittingen en de de verplichtingen). Pensioenfondsen stonden er in 2007 prima voor. Ze hadden een stevige buffer, om alle ambities waar te kunnen maken en in slechte tijden een schok te kunnen opvangen. Die schok kwam in 2008 en de buffer was verdwenen. De fondsen moeten die weer opbouwen, hiervoor zijn herstelplannen gemaakt. De toezichthouder eist inmiddels dat er nog zorgvuldiger naar de toekomst wordt gekeken om het pensioen op te bouwen.

De toekomst?

We moeten ons pensioenstelsel koesteren. Het wordt wereldwijd beoordeeld als één van de beste systemen. In sommige landen was het zo dat iemand die in 2007 met pensioen ging voor de rest van zijn leven twee keer zoveel kreeg als iemand die in 2009 met pensioen ging, terwijl zowel premie-inleg en beleggingsbeleid exact gelijk waren. Deelnemers aan een collectief pensioenfonds hebben daar minder last van. Grote institutionele partijen, zoals pensioenfondsen, hebben een lange adem en kunnen tijdelijke verstoringen op markten opvangen. Het zou mooi zijn als we de enorm verre horizon van het pensioen wat meer kunnen benutten. Door de toezichtregels worden pensioenfondsen nu teveel gedwongen om naar de korte termijn te kijken. Op dit moment zit het economisch gezien niet mee, de overheid moet fors bezuinigen, consumenten hebben geen vertrouwen in de economie en geven steeds minder uit. En de onrust rond pensioenfondsen draagt bij aan deze onzekerheid. We moeten proberen om dit te doorbreken, zodat pensioenfondsen weer een stabiliserende rol in de Nederlandse economie kunnen spelen.”

Uw pensioenartikelen

inhoud

Reader uitleg | Deel uw reader

U bevindt zich op uw eigen reader-pagina waar u de voor u interessante artikelen kunt verzamelen en bewaren. U kunt inloggen zodat u deze reader overal kunt lezen. U bent nog niet ingelogd en daarom worden deze artikelen alleen in deze sessie bewaard.

Login met uw Twitter of uw Facebook of uw LinkedIn account

Print de reader inhoud